overviewz logo
overviewz logo

Hoe worden meerdere BV's of een holding getoetst?

Bijgewerkt op

Bij een holding of meerdere BV's worden alle BV's waarin je 5% of meer van de aandelen hebt bij de beoordeling betrokken. Je levert ook van die BV's de jaarcijfers aan, en die cijfers worden getoetst. Heb je meerdere BV's, dan hoort er een organogram bij.

Wanneer word je beoordeeld als DGA?

Heb je direct of indirect 5% of meer van de aandelen in een BV of NV, dan word je beoordeeld als DGA en niet als IB-ondernemer. Indirect betekent bijvoorbeeld via je holding. Bij een holding of meerdere BV's telt het inkomen uit iedere BV waarin je 5% of meer van de aandelen hebt. Hoe het inkomen van een DGA wordt bepaald, lees je in hoe wordt het inkomen van een DGA getoetst?

Hoe worden de balansen van meerdere BV's beoordeeld?

Ook bij meerdere vennootschappen wordt de balans getoetst op winstgevendheid, liquiditeit en solvabiliteit. Daarbij gelden een paar regels:

  • Onderlinge vorderingen en schulden tussen de vennootschappen worden weggestreept.

  • Na alle correcties moeten de afzonderlijke vennootschappen aan de normen voldoen, of moet op groepsniveau alles aan de normen voldoen.

  • Op groepsniveau kan worden uitgegaan van geconsolideerde cijfers.

  • In plaats daarvan kunnen de vennootschappen afzonderlijk worden beoordeeld, rekening houdend met het netto werkkapitaal van alle vennootschappen. Dat is het verschil tussen de vlottende activa en het kort vreemd vermogen. Een overschot bij de ene vennootschap kan dan worden meegenomen bij het bepalen van de liquiditeit en solvabiliteit van een andere.

Geldverstrekkers kunnen eigen of afwijkende eisen hanteren.

Telt het aandelenpercentage mee?

Dat hangt af van de richting. Wordt een overschot van een vennootschap meegenomen bij haar aandeelhouder, bijvoorbeeld van een werkmaatschappij bij je holding, dan wordt rekening gehouden met het percentage van het aandelenbelang. Het is namelijk niet gebruikelijk om meer vermogen uit een onderneming te halen dan dat percentage. Wordt een overschot van de aandeelhouder meegenomen bij een werkmaatschappij, dan is het aandelenpercentage minder relevant: het is niet ongebruikelijk om meer kapitaal in een vennootschap te steken dan het aandelenbelang.

Rekenvoorbeeld: Sophie met een holding en een werkmaatschappij

Sophie is DGA. Haar holding heeft 60% van de aandelen in een werkmaatschappij. Die werkmaatschappij heeft € 100.000 aan vlottende activa en € 60.000 aan kort vreemd vermogen.

  • Netto werkkapitaal van de werkmaatschappij: € 100.000 - € 60.000 = € 40.000.

  • De holding heeft 60% van de aandelen. Voor de holding mag dus ten hoogste 60% van dat overschot worden meegenomen: 60% x € 40.000 = € 24.000.

Wordt juist een overschot van de holding meegenomen bij de werkmaatschappij, dan speelt het percentage van 60% een kleinere rol. Dit is een vereenvoudigd, fictief voorbeeld: de uitkomst verschilt per situatie.

Een inkomensverklaring aanvragen met een holding

Welke documenten je aanlevert, wat het kost en hoe lang het duurt, lees je bij de inkomensverklaring voor een holding en meerdere BV's.

Een holding met meerdere werkmaatschappijen is een van de situaties waarin maatwerk nodig kan zijn. Dan brengt overviewz de volledige structuur in kaart, inclusief onderlinge verhoudingen en geldstromen, en bepaalt op basis daarvan een toetsinkomen dat de werkelijke, duurzame verdiencapaciteit weerspiegelt.

Voordat de analyse begint, controleert overviewz gratis of een inkomensverklaring haalbaar is op basis van je stukken. Start je aanvraag.

holdingstructuuraandelen5% regeling

Gerelateerde vragen

← Meer vragen in de kennisbank